Vijf jaar geleden: Habemus Papam!

13 maart 2018

door Christian van der Heijden

Vandaag precies vijf jaar geleden was het rotweer in Rome. Het was de tweede dag van het conclaaf. Samen met enkele KRO-collega’s verliet ik die ochtend per taxi ons hotel aan de westelijke rand van de stad. De bestemming: het Sint-Pietersplein uiteraard. Onderweg zat ik wat namen van papabili door te nemen en accusativi te oefenen. Want als er een nieuwe paus is dan zal de kardinaal-diaken van de hoogste rang in het Habemus Papam de naam van de gekozene in het Latijn onthullen en wel in de accusativus (lijdend voorwerp). Dus stel dat aartsbisschop Luis Antonio Tagle zou zijn gekozen, dan had de kardinaal-protodiaken tot de menigte gezegd: Annuntio vobis gaudium magnum: Habemus Papam! Eminentissimum ac Reverendissimum Dominum, Dominum LUDOVICUM ANTONIUM Sanctae Romanae Ecclesiae Cardinalem, TAGLE.

Om een uur of tien arriveerden we op het Sint-Pietersplein. De schoorsteen op de Sixtijnse Kapel was ondanks de regen goed te zien. Wat kunnen we deze ochtend verwachten? Als er na de eerste stemronde een paus zou worden gekozen, zou er tussen 10.30 en 12.00 uur witte rook worden geproduceerd. Zou er bij deze eerste geen nieuwe paus zijn en ook niet na de tweede stemronde in de ochtend, dan zou het schoorsteenmoment op het middaguur plaatsvinden.

Het plein stond rond half elf helemaal vol. Tot twaalf uur geen rooksignaal: ook de tweede stemronde had niets opgeleverd. Dus bleven we wachten, in de regen. En dan ineens zwarte rook uit de schoorsteen. Lunchen dan maar. De kardinalen zouden vanmiddag hun stemmingen hervatten.

Om vijf uur trok er weer een menigte naar het plein. Over een half uur konden we weer rook verwachten. En nog steeds regende het. Het grote staren kon weer beginnen. De grauwheid van de regen contrasteerde mooi met de kleuren van de paraplu’s. Ik ging nog maar wat foto’s maken. En ineens was er een moment van opwinding. Echter geen rook, maar een meeuw. Ik dacht eerst dat het een duif was. Misschien hoopte ik op een teken van de Heilige Geest. Nee, het bleek een ordinaire zeemeeuw. En die bleef een hele poos zitten op de schoorsteen. Miljoenen tv-kijkers keken op dat moment naar deze trotse vogel. ‘Die zal zich rotschrikken als er straks een grote hoeveelheid rook tegen zijn buik wordt aangeblazen’, dacht ik. Ondertussen nam de spanning toe; we wisten dat ook de vierde stemronde niets had opgeleverd. En het bleef maar regenen. Ik hoopte dat er weer zwarte rook zou komen, want ik wilde weg van het koude en natte plein.

En toen sloeg de klok zeven uur. Nog steeds niets. Er zijn op het Sint-Pietersplein twee fonteinen. Bij de ene, aan de zuidkant, die het toen niet deed, stond ik. Ik besloot maar wat foto’s te maken van de zee van paraplu’s. 

19.06 uur. Ik hoorde gekrijs. WITTE ROOK. Als een speer probeerde ik onder het bewegende dak van paraplu’s naar voren te lopen. Iedereen leek wel hysterisch. Mijn vermoeidheid was volledig verdwenen. Het lukte mij het postkantoor te bereiken. Het was daar betrekkelijk rustig, bijna sereen. Dit in tegenstelling tot het midden van het plein, waar het al volop feest was en voortdurend “Viva il papa” werd geroepen. Het kan ze dus kennelijk niet schelen wie de nieuwe paus zou zijn. De nieuwe paus. Er was dus nu een nieuwe paus! Een vreemde siddering ging door mij heen. Dit was nu de tweede keer dat ik dit meemaakte. Wat maakte dit zo geweldig? Die massale opwinding is met niets te vergelijken.

In de verte hoorde ik marsmuziek. Het waren de blaaskapellen van de Vaticaanse gendarmerie en van de Carabinieri. Zij marcheerden het bordes op, gevolgd door een compagnie matrozen en natuurlijk de Zwitserse Garde.

Na meer dan een uur zagen we wat bewegen op de centrale loggia van de prachtig uitgelichte façade van de Sint-Pieter. De gordijnen werden verschoven, de balkondeur ging open. Het was tijd voor het Habemus Papam. En daar kwam-ie: de Franse kardinaal Tauran. Wat was hij klein! Dichterbij kon je haast niet komen, maar je zag eigenlijk maar bar weinig. De mensen thuis voor de tv – bord op schoot? – konden tenminste de gelaatstuitdrukkingen van deze mannetjes op het balkon zien. Tauran zou over enkele seconden zeggen dat hij een geweldige vreugde te verkondigen had: wij hebben een paus! En daar ging-ie: Annuntio vobis gaudium magnum: habemus Papam! Eminentissimum ac Reverendissimum Dominum, Dominum GEORGIUM MARIUM – toen wist ik het al want in de taxi had ik namen geoefend – Sanctae Romanae Ecclesiae Cardinalem BERGOGLIO, – het volgende gedeelte hoor ik al niet meer – qui sibi nomen imposuit FRANCISCUM

Het Hondurese koppel naast me keek een beetje beduusd. ‘Wie is dat?’ De aartsbisschop van Buenos Aires, wist ik godzijdank te melden. ‘Wat? Een Latijns-Amerikaan dus!’ Ze waren door het dolle heen. Bij de jongen, die zijn gezicht achter een wollen sjaal verborg, zag ik natte ogen. Franciscus de Eerste. Niet Honorius, Leo, Gregorius, Pius, Paulus, Benedictus of Clemens. Hij noemde zich Franciscus.

Jorge Mario Bergoglio, ik had hem een paar dagen geleden nog over het Sint-Pietersplein zien wandelen; hij liep in tegenstelling tot andere kanshebbers niet gehinderd door journalisten naar zijn lunchadres toe.

Twee Romeinse priesters achter mij gaven hardop uiting aan hun verbijstering. ‘Dit is een teken’, riep de ene. ‘Deze gaat het helemaal anders doen!’ zei de andere.

Francesco, Francesco’ klonk het overal om mij heen. De naam klonk mooi. Dat moet de francofiele lakenkoopman Pietro Bernardone uit Assisi ook hebben gevonden toen hij thuiskwam van een zakenreis in Frankrijk en voor het eerst zijn zoon zag die tijdens zijn afwezigheid geboren was. Zijn vrouw had het kind al Giovanni genoemd. Niks ervan, zei Pietro. Mijn zoon heet Francesco – Italiaans voor zoiets als ‘Fransman’. Toen Francesco als twintiger liet blijken geen ambities in de textielhandel te hebben, brak Pietro’s ijdele hart. Temeer omdat zijn oogappel voortaan als bedelaar door de straten zwierf en de bijnaam Il Poverello (‘de kleine arme’) kreeg.

De twee priesters achter mij vielen van de ene verbazing in de andere. ‘De eerste jezuïet die paus wordt,’ zei de ene. ‘Weet u dat zeker?’ vroeg ik. ‘Ja’, antwoordde hij licht geïrriteerd. De ander: ‘En het is voor het allereerst dat een Zuid-Amerikaan paus wordt.’ De ene: ‘Maar eigenlijk is hij Italiaan.’ Over Italianen gesproken. Toen even daarvoor de nationale hymne van Italië was gespeeld, hadden de Italianen om mij heen keihard meegezongen. Alsof ze een nieuwe koning van Italië hadden verwacht. De Italianen hadden nogal vertwijfeld gekeken toen Tauran de naam Bergoglio had uitgesproken; ze trokken een gezicht van “nooit van gehoord”, maar het had hun zichtbaar goed gedaan dat “Bergoglio” in elk geval Italiaans klonk.

Het hele plein keek vol verwachting naar het balkon. En wonder boven wonder: het was opgehouden met regenen. En toen kwam een processiekruis tevoorschijn en meteen erachteraan de nieuwe Bisschop van Rome. De witte gestalte – hij droeg niet zoals gebruikelijk de rode pauselijke schoudermantel met de staatsiestola – hief zijn rechterhand met de handpalm naar de mensen toe op en begroette de uitzinnige menigte. Andere pausen zwaaiden met twee handen, met de handpalmen naar zichzelf gekeerd. Deze niet. Het gebaar was de fysieke vorm van ‘ciao’. De blaaskapellen speelden de eerste maten van de pauselijke hymne en van het Italiaanse volkslied. Daar stond hij dan. Zijn bril deed mij denken aan die van Pius XII. Maar hier stond geen kerkvorst, hier stond iemand die … ja wat eigenlijk? Hij deed mij denken aan het hoofdpersonage van Nanni Moretti’s komedie Habemus Papam.

Ik had met hem te doen. Maar toen greep Bergoglio naar de microfoon en begon te spreken: Fratelli e sorelle, buona sera! Nooit gedacht dat deze eenvoudige groet zoveel impact kon hebben. ‘Broeders en zusters, goedenavond! U weet dat het de plicht van het conclaaf was om Rome een bisschop te geven. Het lijkt erop dat mijn broeders kardinalen naar het einde van de wereld hebben moeten gaan om er een te vinden. Maar daar zijn we dan. Ik dank u voor uw verwelkoming. De diocesane gemeenschap van Rome heeft nu haar bisschop. Dank u! En ten eerste zou ik graag een gebed willen uitspreken voor onze bisschop emeritus Benedictus XVI. Laat ons gezamenlijk voor hem bidden, dat de Heer hem zegene en dat Onze Lieve Vrouw hem behoede.’

Paus Bergoglio bad een Onzevader, een Weesgegroet en een Eer-aan-de-Vader. Iedereen bad mee. ‘En nu beginnen we aan onze reis: bisschop en volk, bisschop en volk. Deze reis van de Kerk van Rome, die van alle kerken moet voorgaan in de naastenliefde. Een reis van broederlijkheid, van liefde en onderling vertrouwen. Laat ons altijd bidden voor elkaar. Laat ons bidden voor de gehele wereld, dat er een grote geestesgesteldheid mag zijn van broederlijkheid. Het is mijn hoop voor u allen dat deze reis van de Kerk, die wij vandaag beginnen, en waarbij mijn kardinaal-vicaris, hier aanwezig, mij zal bijstaan, vruchtbaar zal zijn voor de evangelisatie van deze mooie stad.’ Applaus.

‘En nu wil ik graag de zegen geven, maar eerst, [de paus hield zijn handen in de lucht] vraag ik u om een gunst. Voordat de bisschop zijn mensen zegent, vraag ik u tot de Heer te bidden dat Hij mij zegent. Het gebed van de mensen, die de zegen vragen voor hun bisschop. Laten wij, in stilte, gezamenlijk bidden: uw gebed voor mij.’

En toen zagen we de paus buigen. Dit was nog nooit gebeurd in de geschiedenis van de kerk. Een pas gekozen paus die op het punt staat de zegen Urbi et Orbi te geven, boog. Hij boog zich voor God, van Wie hij hoopte dat Die hem zou zegenen op voorspraak van de mensen op het plein. Maar het leek erop alsof hij boog voor de mensen. Zeventien seconden stond hij voorovergebogen. Je kon een speld horen vallen. Toen strekte hij zich en keerde hij zich om. Mgr. Marini, de pauselijke ceremoniemeester, rijkte hem de staatsiestola aan. Opmerkelijk. Franciscus wilde het ding dus alleen maar dragen als het echt moet.

Kardinaal Tauran kondigde nu het Urbi et Orbi officieel aan. Hij zei dat ook de mensen die dit meemaken via de televisie, de radio of ‘middels nieuwe communicatietechnologieën’ deze zegen krijgen. En, zo voegde de kardinaal-protodiaken er volgens voorschrift aan toe, aan de gelovigen werd daarbij onder de geldende voorwaarden een volle aflaat verleend. Wie dus was wezen biechten, de communie had ontvangen en zich had verenigd met de pauselijke gebedsintenties, mocht er volgens de geloofsleer op rekenen dat hij/zij in het vagevuur geen straffen meer zou hoeven uit te boeten.

Franciscus liet het protocol geduldig over zich heenkomen. We zagen dat mgr. Marini de stola van de paus nog wat rechter hing. ‘En nu dan wil ik de zegen geven aan u, en aan de gehele wereld en aan alle mannen en vrouwen van goede wil.’

Sancti Apostoli Petrus et Paulus, de quorum potestate et auctoritate confidimus … (‘Mogen de heilige apostelen Petrus en Paulus, wier macht en gezag wij [het majesteitsmeervoud] uitoefenen, zelf voor ons bidden tot de Heer. Door de gebeden en de verdiensten van de heilige Maria, altijd maagd, van de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, en de heilige apostelen Petrus en Paulus en alle heiligen, moge de almachtige God zich over u ontfermen, al uw zonden vergeven, en moge Jezus Christus u geleiden tot het eeuwige leven. Moge de barmhartige Heer u kwijtschelding, vrijspraak en vergeving van al uw zonden, de ruimte van een ware en vruchtbare boetedoening, een altijd boetvaardig hart en verbetering van leven, de genade en wijsheid van de Heilige Geest en uiterste volharding in goede werken geven. En moge dan de zegen van de Almachtige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, op u nederdalen en daar altijd blijven.’)

Franciscus’ allereerste Urbi et Orbi werd met applaus ontvangen. Wederom werden de eerste maten van de pauselijke hymne en het Italiaans volkslied gespeeld, gevolgd door een strofe van de pauselijke hymne. Op de andere balkons stonden kardinalen naar de mensenzee te kijken. Op de centrale loggia, achter de paus, zagen we nog even kardinaal Godfried Danneels voorbijkomen. Hij was tijdens het conclaaf de kardinaal-protopriester, de hoogste in rang van de presbyterale orde van het kiescollege. 

De paus nam weer het woord. Althans dat probeerde hij, want de microfoon stond uit. Toen die weer werd aangezet, zei hij: ‘Broeders en zusters, ik moet u nu verlaten. Dank u voor uw verwelkoming. Bid voor mij tot wij elkaar weer ontmoeten. We zullen elkaar spoedig zien. Morgen wil ik graag bidden tot Onze Lieve Vrouw, dat zij moge waken over geheel Rome. Goedenacht en welterusten!’

Bovenstaande tekst is een bewerking van een passage uit Christian van der Heijdens boek Paus Franciscus. De nederigheid aan de macht (Utrecht: KOK. 2013). De auteur werkte destijds als redacteur voor de KRO-website RKK.nl. 

foto: Christian van der Heijden

lees ookVijf jaar paus Franciscus