Ketterijbrief aan paus ‘intellectueel oneerlijk’

27 september 2017

Aartsbisschop Bruno Forte van het Italiaanse aartsbisdom Chieti-Vasto behoort tot de meest uitgesproken verdedigers van het pontificaat van paus Franciscus. In een reactie op de brief waarin de huidige paus wordt verweten ketterijen te verspreiden, zegt hij dat de opstellers en ondertekenaars van die ‘kinderlijke correctie’ “ten diepste niet hebben begrepen” waar Franciscus voor staat.

Forte (zie foto), een voormalige hoogleraar dogmatische theologie, werd door de paus aangesteld als bijzonder secretaris van de twee bisschoppensynodes over het gezin. In die hoedanigheid had hij een grote bijdrage aan de uitkomsten van deze kerkvergaderingen en daarmee ook van de postsynodale apostolische exhortatie Amoris laetitia. Het is juist dat pauselijke document dat van de vermeende dwalingen zou zijn doortrokken. Het is dus niet verrassend dat Forte het voor deze tekst opneemt en de aantijgingen categorisch van de hand wijst.

De Correctio filialis de haeresibus propagatis dateert van 16 juli 2017 en is kort daarna naar de paus verstuurd. Toen bleek dat Franciscus niet van plan was op deze ‘filiale correctie van verspreide ketterijen’ te reageren, besloten de opstellers hun brief te publiceren. Inmiddels (27 september 2017) hebben 146 hoogleraren, geestelijken en andere gelovigen het schrijven ondertekend.

Volgens Forte is deze ‘correctie’ helemaal geen correctie. De opstellers hebben naar het oordeel niets anders dan “een manipulatie, een vooroordeel, een operatie tegen de paus en tegen de Kerk” gepubliceerd, zegt de in Napels geboren aartsbisschop in de Italiaans katholieke krant Avvenire.

Forte zegt over de zelfverklaarde ketterbestrijders dat zij Amoris laetitia niet hebben begrepen. Hij verdedigt het document als een pastoraal manifest waarin wordt beleden dat God in zijn barmhartigheid nooit iemand verwerpt, ook al verkeert die in nog zulk een canoniek irreguliere toestand. Wie daarentegen de nadruk legt op de starre toepassing van regels “verschanst zich tegen de geest van het Tweede Vaticaans Concilie, die paus Franciscus belichaamt”, aldus de voormalige dogmaticus.

De opstellers van de correctio filialis onderscheiden zeven ketterijen. Die zouden volgens hen door “woorden, daden en nalatigheden” en vooral door een aantal passages van Amoris laetitia, “direct of indirect – in hoeverre dat bewust is gedaan, daarover willen wij niet oordelen”. Het is niet eenvoudig om in eenvoudige taal deze lijst van zeven ketterijen samen te vatten. Maar hieronder toch een bescheiden en feilbare poging:

  1. “Gods genade is niet voldoende om een gelovige in staat te stellen geen zware zonden te begaan.”
  2. “Hertrouwd gescheiden gedoopten verkeren niet noodzakelijk in een staat van doodzonde.”
  3. “Een christengelovige die willens en wetens de goddelijke wet overtreedt, hoeft daardoor niet per se in een staat van doodzonde te verkeren.”
  4. “Een persoon die een bepaald verbod gehoorzaamt kan daardoor toch tegen Gods wil ingaan.”
  5. “Het geweten kan tot het juiste oordeel komen dat het soms moreel goed is als iemand samenwoont met een andere partner dan met wie hij/zij een sacramentele band heeft.”
  6. “Verboden vervat in de openbaring of de natuurwet, zijn nooit absoluut als zij handelingen betreffen die objectief slecht zouden zijn.”
  7. “Christus wil dat de Kerk afscheid neemt van haar eeuwenoude discipline waarbij de communie en de absolutie aan hertrouwd gescheidenen worden ontzegd.”

Wat kunnen we afleiden uit het feit dat verdedigers van paus Franciscus , zoals Bruno Forte, niet geneigd zijn om inhoudelijk in te gaan op deze zeven stellingen? Zeggen ze daarmee dat aanvallers van de paus geen recht hebben op een heldere repliek? Of beweren ze dat de opstellers van de correctio farizeïsch zijn en daarom geen antwoord verdienen, zoals Jezus ook nooit op directe wijze reageerde op de wettische scherpslijperij van de Farizeeën?

In dezelfde krant Avvenire komt een theoloog aan het woord die wel vindt dat je inhoudelijk kunt ingaan op het harde verwijt aan het adres van de paus. Professor Giuseppe Lorizio, hoogleraar fundamentele theologie aan de Pauselijke Universiteit van Lateranen, zegt dat hij niet zozeer de paus wil verdedigen, maar het Evangelie en de katholieke traditie.

Lorizio zegt dat de zeven stellingen die door de ‘filiale correctoren’ als ketterij worden aangemerkt, nergens in Amoris laetitia staan. Daarmee stellen zij zich volgens hem “intellectueel onredelijk” en “theologisch incompetent” op. Dat is één. Twee: het Concilie van Trente, aldus Lorizio, heeft in een decreet over de verzoeningsleer (hoofdstuk 12) geformuleerd dat niemand er absoluut zeker van kan zijn dat hij door God begenadigd is. Amoris laetitia strookt daarmee, zegt hij. De opstellers van de correctio hebben volgens hem “een automatisch en statisch beeld van de genade”, terwijl de aardse werkelijkheid waarover Amoris laetitia spreekt dynamisch is.

Met andere woorden: hertrouwd gescheidenen die er niet zeker van zijn dat ze door God begenadigd zijn, kunnen wat betreft de goddelijke verboden in verwarring zijn, wat hun toerekeningsvatbaarheid aanzienlijk verkleint; daarmee verkeren ze dus niet in een staat van doodzonde. Lorizio zegt dat Amoris laetitia juist om deze mensen pastoraal bekommerd is. In die zin mag de eucharistie “niet slechts als voedsel voor de volmaakten” worden beschouwd, maar ook als “panis viatorum” (‘brood voor reizigers’) voor de moreel zwakken.

tekst: Christian van der Heijden