Zeven zaligen gecanoniseerd

14 oktober 2018

Paus Franciscus heeft vanochtend bij aanvang van een pontificale hoogmis zeven zaligen gecanoniseerd. Onder hen is paus Paulus VI, die zelf drie van de nieuwe heiligen ooit zaligverklaarde.

De plechtigheid vond plaats op het bordes van de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad. Duizenden gelovigen uit Italië, Midden-Amerika, Argentinië, Spanje en Duitsland namen op het Sint-Pietersplein aan de viering deel. Onder hen koning-moeder Sofia van Spanje, de presidenten van de Republiek Italië, Chili, El Salvador en Panama en emeritus aartsbisschop Rowan Williams van het anglicaanse Canterbury.

lees in de KRO-encyclopedie:

De nieuwe heiligen zijn:

Paulus VI (Italië, 1897-1978) (burgerlijke naam: Giovanni Battista Montini), bisschop van Rome en pontifex maximus. 
In 1920 werd Montini tot priester gewijd. Hij werkte ruim dertig jaar op het Staatssecretariaat van de Heilige Stoel alvorens hij in 1954 aartsbisschop van Milaan werd. Vier jaar later werd hij door tot kardinaal verheven door paus Johannes XXIII, die hij in 1963 opvolgde. Hij zette het door zijn voorganger begonnen Tweede Vaticaans Concilie voort en sloot deze grote kerkvergadering in 1965 af. Als eerste paus in de geschiedenis bezocht Paulus VI alle continenten. Hij schreef zeven encyclieken, waarvan Humanae Vitae de bekendste is. Paus Paulus VI overleed op 6 augustus 1978 in Castel Gandolfo. In 2014 werd hij door paus Franciscus zaligverklaard. 

Óscar Arnulfo Romero y Galdámez (El Salvador, 1917-1980), aartsbisschop van San Salvador, martelaar.
Romero werd in 1942 tot priester gewijd. In 1970 werd hij hulpbisschop van San Salvador, twee jaar later bisschop van Santiago de Maria en in 1977 aartsbisschop van San Salvador. Hij verwierf faam als een sociaal bewogen en vredelievend mens die zich inzette voor de armen. Ook uitte hij kritiek op het dictatoriale regime in zijn land. Daarmee trok hij ook internationaal de aandacht. Op 24 maart 1980 werd hij tijdens de viering van de eucharistie vermoord. In 2015 werd hij door paus Franciscus zaligverklaard.

Francesco Spinelli (Italië, 1853-1913), diocesaan priester en stichter van het Instituut van de Zusters Aanbidsters van het Allerheiligste Sacrament.
Geboren in Milaan, dat toen nog behoorde tot het toenmalige koninkrijk Lombardije-Venetië. Hij werd in 1875 in Bergamo tot priester gewijd. Kort daarna trok hij naar Rome om daar deel te nemen aan de religieuze oefeningen en feesten van het Heilig Jaar. In de Eeuwige Stad ontwikkelde hij een sterke devotie tot het Allerheiligste Sacrament. Terug in het noorden werkte hij als parochiepriester en stond hij in nauw contact met vrome katholieken die hem hielpen met het oprichten van een religieuze congregatie, die zich uiteindelijk ook in Afrika en Zuid-Amerika zou verspreiden. In 1889 was hij gedwongen het bisdom Bergamo te verlaten wegens zware financiële problemen. De bisschop van Cremona nam hem op, waardoor hij zich verder kon toeleggen op de stichting van de Aanbidsters van het Allerheiligste Sacrament. Ook werkte hij onvermoeibaar voor de armen en de zieken. In 1913 stierf hij in geur van heiligheid. In 1992 werd Spinelli door paus Johannes Paulus II zaligverklaard.

Vincenzo Romano (Italië, 1751-1831), diocesaan priester.
Geboren in Torre del Greco in het koninkrijk Napels. In 1775 werd hij tot priester gewijd. Romano startte als pastor in het dorp Herulano. Daar kwam hij bekend te staan om zijn eenvoudige en sobere leefwijze en om zijn grote zorg voor weeskinderen. Franse indringers en enkele Italiaanse politieke groeperingen onderdrukten hem en zijn werk. Hij werd overgeplaatst naar zijn geboorteplaats, waar hij de bijnaam ‘De Arbeiderspriester’ kreeg, wegens zijn onvermoeibare inzet voor de armen en zijn inzet voor de sociale behoeften van alle mensen in het koninkrijk Napels. Hij stond ook bekend om zijn inspanningen voor de wederopbouw van een groot deel van de stad Napels, waar hij intussen was benoemd tot onderpastoor, na de uitbarsting van de Vesuvius in 1794. In 1831 werd hij ziek en overleed hij. Romano werd in 1963 door paus Paulus VI zaligverklaard.

Maria Katharina Kasper (Duitsland, 1820-1898), maagd, stichteres van het Instituut van de Arme Dienstmaagden van Jezus Christus.
Zij werd geboren als dochter van een boer uit het Westerwald. Reeds als kind voelde ze roeping om armen en zieken te helpen. Rond 1845 richtte ze samen met vier andere vrouwen uit het dorp een vereniging op, die gewijd was aan de huishoudelijke verzorging van zieken en ouderen en aan kinderopvang. In 1851 kreeg deze vereniging de kerkelijke goedkeurding van de bisschop van Limburg. Zijzelf en haar vier metgezellen legden hun religieuze geloften af in de parochiekerk van Wirges. Kasper nam de naam Maria aan en werd de eerste overste van de communiteit. De gemeenschap won al snel aan populariteit en breidde haar werkterrein uit. Op aanraden van bisschop Blum gingen de eerste zusters in 1868 naar het bisdom Fort Wayne (Indiana, Verenigde Staten) en stichtten daar hun eigen kloosters. In Nederland, Engeland, België, België, Bohemen en Luxemburg werden nog meer takken opgericht. In 1870 ontving de congregatie de eerste pauselijke erkenning en werd Moeder Maria Kasper benoemd tot generaal-overste. In 1890 kreeg de congregatie van paus Leo XIII de definitieve goedkeuring van haar constituties. In 1898, bij het overlijden van Kasper, had de gemeenschap 1.725 leden in 193 kloosters. Zij werd in 1978 door paus Paulus VI zaligverklaard.

Nazaria van Sint-Theresa van Jezus (Spanje, 1889-1943) (burgerlijke naam: Nazaria Ignacia March Mesa), maagd, stichteres van de Congregatie van de Missiezusters van de Kruistochten van de Kerk.
Het gezin March emigreerde om economische redenen van Spanje naar Mexico. Daar trad Nazaria toe tot de Congregatie van de Kleine Zusters van de Dakloze Ouderen. Op de dag van haar religieuze professie nam ze de naam Nazaria de Santa Teresa aan. In 1912 werd ze naar Oruro (Bolivia) gestuurd, waar ze zich twaalf jaar lang zou wijden aan de ouderenzorg. In 1920 voelde zij zich geroepen om een nieuwe religieuze congregatie te stichten. In 1925 nam ze afscheid van haar klooster en stichtte ze een zustergemeenschap met als doel “een kruistocht van liefde” te ondernemen met een uitgesproken Ignatiaanse spiritualiteit. In 1927 deden de eerste nonnen hun professie en in 1930 werd Nazaria gekozen tot algemene overste. Tijdens haar bewind was zij verantwoordelijk voor de verspreiding van de congregatie in Bolivia, Argentinië, Uruguay en Spanje; momenteel is de congregatie aanwezig in 21 landen op vier continenten. In 1933 zette de congregatie de eerste vrouwenvakbond in Bolivia op. In 1936 was zij in Spanje, waar net de burgeroorlog was uitgebroken. Samen met enkele van haar metgezellen werd ze door republikeinse strijdkrachten gevangen gezet om te worden geëxecuteerd.  Dankzij de bemiddeling van de Argentijnse en Uruguayaanse consulaten werden zij echter het land uitgezet. Moeder Nazaria stierf op 6 juli 1943 in Buenos Aires, Argentinië. In 1992 werd ze door paus Johannes Paulus II zaligverklaard.

Nunzio Sulprizio (Italië, 1817-1836), lekengelovige, die stierf aan een botziekte.
Hij werd geboren in Pescosansonesco in de Abruzzen (Koninkrijk der Beide Siciliën). Als kind verloor hij beide ouders. Zijn oom voedde hem op, maar liet hem niet naar school gaan en buitte hem uit als hulp in zijn smederij. Nunzio had een zwaar leven, maar ondervond veel steun in zijn geloof. Nadat bij hem een botontsteking was geconstateerd, werd hij opgenomen in een hospitaal in Napels. Zijn lijden droeg hij heldhaftig op aan Christus. Hij stierf op 5 mei 1836, nog geen 20 jaar oud. Hij werd in 1963 door paus Paulus VI zaligverklaard.