Zaligverklaringsproces Maria Margaretha der Engelen stilgelegd

31 juli 2018

Bisschop Gerard de Korte heeft bij decreet van 14 juni besloten het zaligverklaringsproces van de zeventiende-eeuwse zuster Maria Margaretha der Engelen, bijgenaamd ‘de lekkende non’, stil te leggen. Dat heeft het bisdom vandaag bekendgemaakt.

Het onderzoek dat de afgelopen vier jaar heeft plaatsgevonden naar de heiligheid van de stichteres van de Karmel in Oirschot, heeft te weinig bruikbaar bewijs opgeleverd. Bovendien is de devotie voor de zuster gering, aldus het bisdom. Voor een zaligverklaring is het noodzakelijk dat er een cultus voor de kandidaat-zalige is gegroeid.

Zr. Maria Margaretha der Engelen

Bisschop Antoon Hurkmans vaardigde op 19 maart 2014 een edict uit waarmee het verzoek werd ingewilligd om een proces van zalig- en heiligverklaring voor zuster Maria Margaretha der Engelen te starten.

De Stichting Maria Margaretha der Engelen, de parochie Sint Odulphus van Brabant en de zusters Karmelietessen hebben om die reden, mede op advies van een expert op het gebied van zalig- en heiligverklaringen, geconcludeerd dat verder voeren van het proces op dit moment niet realistisch is. Bisschop De Korte heeft dienovereenkomstig op 14 juni besloten het zalig- en heiligverklaringsproces per die datum stil te leggen en te archiveren en de voor het proces ingestelde rechtbank te ontbinden.

Maria van Valckenisse werd in 1605 in Antwerpen geboren. Haar kloosternaam was Maria Margaretha der Engelen. Ze stond ze bekend om haar mystieke ervaringen. In 1644 vertrok zij naar Oirschot  om daar een nieuw klooster te stichten: het karmelietessenklooster Bleyendael. Maria van Valckenisse een streng ascetische levensstijl. Al bij haar leven verwierf zij daarmee een status van heiligheid: zij zou het lijden van anderen over kunnen nemen, de gave bezitten op twee plaatsen tegelijk te kunnen zijn, visioenen hebben en in 1654 de stigmata hebben ontvangen.

Maria Margaretha der Engelen stierf op 5 februari 1658. Haar opgebaarde lichaam vertoonde na enkele maanden nog steeds geen tekenen van ontbinding, maar het begon wel een olieachtige vloeistof af te scheiden. Deze werd in kleine flesjes opgevangen vanwege zijn geneeskrachtige werking. Meer dan honderd flesjes van twintig deciliter werden met de substantie gevuld. De plaatselijke chirurgijn zou na sectie op het lichaam spijkerkoppen hebben aangetroffen die in verband werden gebracht met het lijden van Christus.