‘Drie typen priesters in Rome’

12 september 2018

In de publieke opinie overheerst de gedachte dat het verplichte priestercelibaat de oorzaak is van het misbruikschandaal in de Katholieke Kerk. Anderen leggen de schuld bij het groot aantal homopriesters. Professor Paul van Geest wijst het verband tussen pedoseksualiteit en homoseksualiteit af; in een recent interview met NRC.nl noemt hij dat een “denkfout”.

“Die pedoseksuelen vormen een kleine groep mensen die de kerk als een dekmantel hebben gebruikt om hun drang te bevredigen. Dat zijn criminelen. Dat zijn homoseksuelen niet”, aldus de bekende kerkhistoricus in het NRC-interview. Daarin onderscheidt hij ook drie typen priesters die in Rome werkzaam zijn: aseksuelen, homo- of heteroseksuelen die worstelen met het celibaat en op carrière beluste homoseksuelen.

Prof. dr. Paul van Geest

Van Geest studeerde onder meer aan de Pauselijke Gregoriana Universiteit in Rome. Momenteel is hij hoogleraar ‘Kerkgeschiedenis’ aan Tilburg University en hoogleraar ‘Theologie en economisch denken’ aan de Erasmus Universiteit. Tevens is hij als theologisch expert verbonden aan de Congregatie voor de Geloofsleer.

“Ik heb in Rome aan de Gregoriana-universiteit gestudeerd en ernstig overwogen of ik priester zou worden. Ik had goede voorbeelden. Maar ik realiseerde me dat ik niet kon beloven dat ik heel mijn leven celibatair zou blijven, en daarom koos ik een andere weg”, zegt Van Geest, die samen met twee anderen het zojuist gepubliceerde boek Het katholicisme in Europa schreef.

“Ik heb gemerkt dat er drie groepen zijn. Mannen die aseksueel zijn of geen behoefte hebben aan affectiviteit. Goede priesters, prima bisschoppen.”

“Dan is er een groep, vrij groot in Rome en of ze homo of hetero zijn maakt niet uit, die zeggen: ik ontworstel mij uit de armoede door priester te worden, en dat celibaat neem ik er even bij. Dat kan twee kanten op gaan. Sommigen bijten op hun tanden en zeggen: beloofd is beloofd, ik blijf celibatair leven. Die hebben het moeilijker dan de eerste groep, maar zijn wel integere priesters – ik sprak laatst een Duitse bisschop en die vertelde me: ik word nooit gestreeld. Er zijn er ook die zeggen: laat dat celibaat maar, ik neem er een partner bij.”

“En dan heb je een derde groep, homoseksuelen, die zeggen: ik kan toch niet trouwen, dus laat ik maar een prestigieuze baan nemen en dan zie ik wel hoe dat loopt met het celibaat. Ook hier heb je weer mensen die op hun tanden bijten, heel koosjere en integere priesters. Maar er zijn ook lui die zich gaan organiseren in gesloten netwerken en anderen buitensluiten. Zoals een diplomaat in Rome me eens zei: Rome is een gay magnet. Met die hofhouding, die liturgie, al die mooie banen.”