Savonarola, Girolamo

Vier onstuimige jaren was de dominicaan Girolamo Savonarola (1452-1498) heerser over de Republiek van Florence. Hij wilde niets minder dan de stad Gods op aarde stichten, zonder aardse ijdelheden, maar zijn project eindigde in vuur en dood. Savonarola wordt vaak gezien als een van de voorlopers van de Reformatie, maar hij bleef trouw aan de rooms-katholieke geloofsleer, ondanks persoonlijke conflicten met de door en door corrupte paus Alexander VI.

Jeugd
Girolamo Savonarola werd geboren in Ferrara op 22 september 1452. Zijn grootvader was arts en hoopte dat zijn kleinzoon daar ook voor zou kiezen. Maar de introverte Girolamo was meer geïnteresseerd in de werken van Plato, Aristoteles, de Bijbel en Thomas van Aquino. Hij was streng voor zichzelf en voor anderen. Als twintigjarige schreef hij de Canzona de ruina mundi, waarin hij de rijken rovers noemde. Twee jaar later, in 1474, bekritiseerde hij de corrupte clerus in de Canzona de ruina Ecclesiae.

Dominicaan
In 1475 trad hij in bij het strenge dominicanenklooster van Bologna, de plek waar Sint Dominicus begraven ligt. Hij bestudeerde Thomas van Aquino, de Apocalyps en de joodse profeten. Hij kreeg de overtuiging dat hij een taak had om mensen te mobiliseren tegen de invloed van de Renaissance.

Stad Gods op aarde
Savonarola wilde terug naar 'de leer en levenswijze van de apostelen' en wilde 'de stad Gods op aarde' stichten. Hij ging terug naar Ferrara om zijn studie te voltooien, maar de communiteit moest de stad in 1482 verlaten. Savonarola werd naar Florence gestuurd.

Stadsstaat Florence
Florence was een welvarende en voor die tijd grote stadsstaat met zo'n tachtigduizend inwoners. De macht lag bij twaalf rijke handelsgilden die samenkwamen in het Palazzo Vecchio, onder leiding van Cosimo en later Piero de' Medici. De welvaart van Florence was gebaseerd op handel en industrie, niet meer op landcoöperaties zoals vroeger. Florence ontdekte technieken en voerde moderne diplomatie met ambassades en bondgenootschappen met andere stadsstaten.

De' Medici
Cosimo de' Medici de Oude was rijk en verstandig. Hij functioneerde vooral als raadgever en wist zijn medestanders in de regering te laten benoemen. Hij investeerde kapitalen in paleizen, kerken en kloosters. Zo kocht hij het klooster met de kerk San Marco en liet dit restaureren. Hij nodigde de dominicanen uit er te komen wonen en gaf Fra Angelico opdracht de cellen te versieren met fresco's. Cosimo had een eigen cel in het klooster, waar hij zich terugtrok om te bidden. Hij steunde 'goede doelen' en dat alles bezorgde hem grote populariteit.

Luxe versus ascese
In de stad werden grote feesten en optochten gehouden. Kunstenaars maakten portretten en schilderden pikante taferelen, de rijken zorgden voor een bloeiende modecultuur. Savonarola gruwde van dit alles en preekte erover. Het verhaal gaat dat hij bij zijn ascetische oefeningen visioenen had van Florence als 'Gods stad op aarde', geleid door Savonarola als profeet.

Prior San Marco
Op verzoek van de familie De' Medici plaatste de magister van de Orde, Joachim Turriani, in 1487 Savonarola over naar Lombardije. Daar vierde hij triomfen met zijn predicaties over het laatste oordeel. Opnieuw op verzoek mocht hij terugkeren naar Florence. Daar werd Savonarola in 1491 gekozen of benoemd tot prior van het klooster van San Marco.

Strenge observantie
Kort na zijn benoeming verbrak Savonarola de band met de Lombardische provincie van de dominicanen. Hij wilde een eigen serie kloosters stichten van de strenge observantie.

Gekozen tot leider
In 1494 trok de Franse koning Charles VIII met zijn leger door Italië, om het aan zijn macht te onderwerpen. Hij verscheen voor de poorten van Florence. Piero de' Medici kon de stad niet verdedigen en men capituleerde. De bevolking was woedend en verdreef deze telg van De' Medici, op 9 november 1494. Reddeloos en radeloos koos de bevolking Savonarola als hun leider. Deze nam voortvarend de touwtjes in handen. Hij stelde Charles VIII een ultimatum, waarop de Fransman de stad verliet. Hij formeerde een democratisch bestuur, waarvan hij de adviseur werd.

Paus Alexander VI
Op 8 september 1495 eiste paus Alexander VI, een telg van de beroemde en steenrijke Borgia-familie, dat Savonarola naar Bologna zou gaan, op straffe van excommunicatie. Savonarola ging niet. De paus verbood hem te preken. Savonarola preekte door. Toen bood de paus hem het kardinaalschap aan, maar hij antwoordde: 'Een rode hoed? Ik wil een hoed van bloed'.

Carnaval
Savonarola werd almaar populairder in de stad, vooral onder jongeren. In de carnavalstijd van 1497 en opnieuw in 1498 organiseerde Savonarola 'de verbranding van de ijdelheden', waarbij honderden sieraden, schilderijen en feestelijke kleren verband werden.

Aanslag
Na twee misoogsten van graan met als mogelijk gevolg hongersnood, wilden de tegenstanders van Savonarola hem uit de weg ruimen. Op Hemelvaartsdag 1497, op weg naar de Dom, probeerde de partij van de Compagnaci hem te doden, maar Savonarola had een te grote groep om zich heen. Tegen het einde van de preek probeerden zijn tegenstanders paniek te zaaien onder het publiek, door veel lawaai te maken. Savonarola bleef koelbloedig en de aanslag mislukte. De partij van de Pallesci deed een aanval op het Sint-Marcusklooster in de nacht vóór Maria Hemelvaart, 15 augustus 1497. Ook deze aanslag mislukte. Savonarola liet vijf hoofdverdachten arresteren en stemde in met hun onthoofding.

Zwarte dood
In de zomer van 1497 brak de pest uit in Florence. Op sommige dagen stierven er wel honderd mensen, maar geen kinderen. Savonarola preekte dat de vernieuwing van de Kerk en de mensengemeenschap het werk zou worden van jonge mensen. Hij zei dat er een concilie moest komen waarop paus Alexander VI ter verantwoording geroepen moest worden door de verdedigers van het christendom.

Godsoordeel
De felste tegenstander van Savonarola, de franciscaan Francesco di Puglia, daagde hem uit tot een godsoordeel. Savonarola weigerde, maar zijn supprior, Domenico da Pescia, zei hem dat hij voor hem 'door het vuur zou gaan'. Door hevige weersomstandigheden werd dit 'oordeel' afgelast.

Executie
Toch werd Savonarola gearresteerd, op 8 april 1498, samen met zijn supprior en nog een dominicaan, en op de pijnbank gelegd. Paus Alexander VI wilde zijn veroordeling uitspreken in Rome, maar de Florentijnse leiders eisten dat Savonarola voor de ogen van de bevolking als misdadiger gehangen zou worden. Op 23 mei 1498 werden Savonarola en zijn medebroeders van hun habijt ontdaan en op het plein bij het bestuurscentrum aan de galg gehangen. Vervolgens werden hun lijken zorgvuldig verbrand en werd de as uitgestrooid in de Arno, zodat er geen relieken van Savonarola zouden overblijven. Piero de Medici keerde terug en nam het gezag over in Florence.

Zaligverklaring?
Savonarola verloor het pleit uiteindelijk door zijn strengheid en onbuigzaamheid, maar hij was geen ketter of schismaticus, verklaarde paus Paulus IV al in 1558. De orde der dominicanen vroeg in 1949 en opnieuw in 2007 om een onderzoek tot zaligverklaring, maar dat stuitte op weerstand van de orde der jezuïeten. De jezuïeten, die trouw aan de paus in hun geloften hebben, vinden het onvergeeflijk dat Savonarola ageerde tegen de toenmalige paus. Hun stichter Ignatius van Loyola (1491-1556) liet in zijn tijd al strijdschriften van de hand van Savonarola in de jezuïetenscholen verbieden en verbranden.


Auteurs van dit lemma: Peter Wols o.p. en Arjan Broers
www.dominicanen.nl