Petrus

Simon Petrus was de eerste der apostelen. Na de Hemelvaart van Jezus nam hij de leiding van de jonge kerk in handen. Hij stierf de marteldood in Rome.

Visser
Simon, zoon van Jona (bar Jona), werd geboren in Betsaïda, een dorp aan de noordzijde van het Meer van Galilea. Hij was evenals zijn broer Andreas visser van beroep. Simon ontmoette Jezus in Kafarnaüm, waar hij toen woonde samen met zijn vrouw en zijn schoonmoeder. 

Kefas
Het was Jezus die Simon de bijnaam Kefas gaf. Dat is de Griekse vorm van het Aramese woord voor 'steenrots', wat in het Grieks petros is. In de apostellijsten van de Synoptici wordt Simon als eerste van de Twaalf genoemd. Met Johannes en Jacobus was Simon getuige van de Transfiguratie en Jezus' doodstrijd in Getsemane.

Sleutels van het hemelrijk
In Caesarea belijdt Simon dat Jezus de Messias is, de Zoon van de levende God. Daarop antwoordt Jezus:

"Gelukkig ben jij, Simon Barjona; niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel. Ik zeg jou: jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar er niet onder krijgen. Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat je op aarde bindt zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn" (Mt.16,16-19: Willibrordvertaling 1995).

Op deze tekst berust het primaatschap van Petrus en het pausambt.

Verloochening
De Evangeliën vertellen hoe Petrus na Jezus' arrestatie Hem, voordat de haan zou kraaien, driemaal verloochende, precies zoals Jezus voorspeld had.

Leider
Na de Hemelvaart van Jezus nam Petrus direct de leiding van de eerste geloofsgemeenschap in handen en regelde hij onder meer dat Judas Iskariot een opvolger (Matthias) krijgt. In tegenstelling tot Paulus predikte Petrus voornamelijk onder de Joden.

Doopsel Cornelius
In Caesarea doopte Petrus de heidense centurio Cornelius zonder eerst diens besnijdenis als voorwaarde te stellen. Daarvoor moest hij zich in Jeruzalem verantwoorden. Hij verdedigde zijn optreden en getuigde ervan dat de heidenen het Woord van God hadden aangenomen. Ook beschreef hij zijn visioen waarin God hem openbaarde dat er geen onreine dieren meer zijn.

Gevangen
Rond het jaar 44 werd Petrus op last van koning Herodes gevangengenomen. In de Handelingen der Apostelen (12,3-10) wordt vertelt hoe dat hij door een engel op wonderbaarlijke wijze wordt bevrijd.

Apostelconcilie
In het jaar 49 of 50 was Petrus in Jeruzalem om het Apostelconcilie voor te zitten. Deze kerkvergadering ging over de kwestie of gedoopte heidenen besneden moeten worden en of zij gehouden zijn aan de Tora. Petrus was ervan overtuigd dat het niet nodig was om dit "juk" op te leggen, omdat de verlossing niet afhing van het onderhouden van de Wet, maar van de genade van Christus (Hand. 15,11).

Paulus ergert zich
Na het concilie vertrok Petrus naar Antiochië. Hoewel hij vond dat de Tora niet meer onderhouden hoefde te worden, ging hij er toch weer toe over nadat Joodse christenen in Antiochië waren komen wonen. Dit tot ergernis van Paulus. Die schrijft in zijn Galatenbrief:

Toen Kefas in Antiochië gekomen was, heb ik hem openlijk de waarheid gezegd, want hij bleek schuldig. Immers, voordat sommige mensen van Jakobus gekomen waren, at hij altijd samen met de heidenen, maar toen zij gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden, bang voor de mannen van de besnijdenis. En ook de andere Joden waren net zo huichelachtig als hij, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen. Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas waar ze allemaal bij waren: 'Als jij, een geboren Jood, leeft als een heiden en niet als een Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden?' (Gal.2,11-14; Willibrordvertaling 1995)

Rome
Na een aantal jaren ondernam Petrus vermoedelijk een aantal missiereizen. Uiteindelijk vestigde hij zich in Rome, althans dat wil de overlevering; keiharde bewijzen daarvoor zijn er niet. Hij zou er in het jaar 64 bij de christenvervolging onder keizer Nero de marteldood gestorven zijn in het Circus van Caligula op de Vaticaanse heuvel. Hij zou daar met zijn hoofd naar beneden gekruisigd zijn.

Graf
Keizer Constantijn de Grote liet bovenop het Graf van Petrus een basiliek bouwen. Hij groef daarbij een deel van de Vaticaanse necropool af. 

Brieven
Het Nieuwe Testament kent twee brieven (1 & 2) die aan Petrus zijn toegeschreven.

Hoogfeest
In de Rooms-Katholieke Kerk wordt de marteldood van Petrus herdacht op het hoogfeest van Petrus en Paulus op 29 juni.

Iconografie
Petrus wordt vaak afgebeeld met een omgekeerd kruis, een haan en een sleutel.