Honderd Jaar Kromstaf

Honderd Jaar Kromstaf was een grote manifestatie waarmee de Nederlandse Kerkprovincie in 1953 vierde dat de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland honderd jaar eerder was hersteld. De manifestatie wordt wel gezien als het hoogtepunt van het Rijke Roomse Leven.

Achtergrond
Nog tijdens de Tachtigjarige Oorlog had paus Clemens VIII het gebied van de Noordelijke Nederlanden, dat immers grotendeels tot het protestantisme was overgegaan, tot missiegebied verklaard. Er werden sindsdien geen bisschoppen meer benoemd in het gebied, dat sinds 1622 aangeduid zou worden als de “Hollandse Zending” (Missio Hollandica). Het gebied – waarin het katholicisme op zijn best werd gedoogd en zich grotendeels afspeelde in schuilkerken – werd vanaf dat moment bestuurd door een apostolisch vicaris. Vanaf 1725 waren deze in Brussel gevestigd en vanaf 1829 in Den Haag.

Eerste gesprekken
De eerste gesprekken over het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie begonnen onder het bewind van koning Willem I. In 1827 sloot hij een concordaat met paus Leo XII. Daarin werd geregeld dat er een nieuw bisdom Den Bosch zou worden opgericht – dat grofweg het zuiden van Nederland zou omvatten – en een aartsbisdom Amsterdam, dat de rest van Nederland onder zijn hoede zou krijgen. Limburg zou bij het bisdom Luik worden gevoegd. Door de afscheiding van België, in 1830, raakten deze plannen in de ijskast. Pas onder koning Willem II werden de gesprekken met Rome voortgezet. Het uiteindelijke herstel van de hiërarchie kwam pas in 1853 tot stand, maar was feitelijk onder Willem II (die regeerde tot 1849) beklonken. Paus Pius IX herstelde de Nederlandse Kerkprovincie met de bul Ex Qua Die ('Vanaf de dag').

De organisatie van de feestelijkheden
Met de organisatie van de feestelijkheden voor het honderdjarig bestaan van de nieuwe hiërarchie werd een comité belast met als voorzitter de Limburgse gouverneur Frans Houben. Ook de aartsbisschop-coadjutor Bernard Alfrink had een belangrijk aandeel in de organisatie. Besloten werd om een tweedaagse manifestatie te houden en wel op zaterdag en zondag, 16 en 17 mei 1953. De zaterdag zou een nationale herdenking moeten worden, terwijl de zondag was ingeruimd voor de kerkelijke herdenking. Een en ander zou plaatsvinden in het Utrechtse Voetbalstadion Galgenwaard.

De kardinaal-legaat
Ter opluistering van de feestelijkheden had paus Pius XII een speciale kardinaal-legaat aangewezen. Dat was de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, kardinaal Jozef van Roey. Een dergelijk legaat was in die dagen nog iemand van groot aanzien, als was hij de Heilige Vader bijna zelf. De kardinaal-legaat recipieerde aan de vooravond van de festiviteiten in het aartsbisschoppelijk paleis aan de Maliebaan aan Utrecht, waarbij onder andere ook de Nederlandse minister-president Drees hem de hand kwam schudden.

Nationale herdenking
Op zaterdag kwamen meer dan twintigduizend mensen bijeen in de Galgenwaard. Zij zwaaiden vrolijk met rood-wit-blauwe vlaggetjes. Hierbij was een grote delegatie van het Nederlandse kabinet aanwezig, het voltallige Nederlandse episcopaat, tal van bisschoppen uit de buurlanden en de kardinaal-legaat. Zij betraden, aldus het radiocommentaar uit die tijd, het stadion in een “doorluchtige stoet”. In het stadion waren tal van toespraken te beluisteren. De hoogbejaarde bisschop van Haarlem, mgr. Huibers, zei, dat wanneer hij de geschiedenis van de Kerk in de afgelopen eeuw overzag, hij “een wonderbare mengeling (zag) van menselijke zwakheid en Goddelijke Kracht, strijd en verdeeldheid in onnoemelijk vele zaken, maar onwrikbare eenheid in ons geloof in God, en in Gods Heilige Kerk”.

Eenheid
Eenheid zou hoe dan ook het thema zijn van de manifestatie. Kardinaal-legaat Van Roey prees de inzet van de Nederlanders voor de missie: “Met reden wordt Nederland geprezen als een van de voornaamste missionerende landen in de wereld en dit is voorzeker te danken aan de overvloed van geestelijk leven dat hier bloeit”. Een massaal kinderkoor zong “Blijf bij ons heer, wanneer de avond daalt”, waarna kardinaal De Jong, in de avond van zijn leven (hij kon wegens zijn zwakke gezondheid de manifestatie niet in persoon bijwonen) de aanwezigen via een bandopname toesprak: “Dierbare gelovigen, blijft één! Blijft één! Zoals gij thans in grote getale in de eenheid des geloofs verenigd zijt rondom de persoonlijke vertegenwoordiger van onze Heilige Vader, de Paus, zo moet gij ook verenigd blijven op het terrein van het openbare leven, in liefde en trouw geschaard rond Hare Majesteit onze Koningin”. Een diepe ontroering trok door het stadion.

Zondag
De zondag begon met een pontificale hoogmis in het voetbalstadion. Hierin ging de kardinaal-legaat voor, bijgestaan door zeventig priesters. Evenveel bezoekers als op de zaterdag vulden het stadion. Nu waren zij evenwel voorzien van de wit-gele vlaggetjes van de H. Stoel. De middag was ingeruimd voor een reusachtige optocht van 3000 kinderen die scènes uit de Nederlandse kerkgeschiedenis naspeelden. Een tienjarig pausje, maakte vanuit een miniversie van de pauselijke draagstoel, zegenende gebaren. Het radiocommentaar gaf blijk van het katholieke zelfvertrouwen: “Ja, luisteraars, wij hebben onze eigen katholieke kleuterscholen!”

Pius XII groet zijn Nederlandse zonen en dochters
Hoogtepunt van de zondag was het hernieuwd optreden van kardinaal-legaat Van Roey. Hij las een persoonlijke boodschap voor van paus Pius XII: “Bewaart de eenheid, als een onderpand van Gods kracht in U. Werkt altijd verder, onbaatzuchtig, in onderlinge liefde, vol eerbied voor elkander, onder leiding van Uw bisschoppen en en priesters, opdat de liefde van Christus steeds meer moge heersen in Uw harten, in Uw gezinnen, in heel Uw vaderland en in heel uw vaderland en in heel de wereld, waar zo vele kinderen van Uw volk als missionarissen arbeiden”.

Nationale feestgave
Aan het einde van de middag werd de nationale feestgave aan aartsbisschop-coadjutor Alfrink aangeboden. Het betrof een bedrag van 1 miljoen gulden, ten behoeve van de medische faculteit in Nijmegen. Alfrink nam het geschenk in grote dankbaarheid aan: “Het aankweken van een geslacht katholieke medici in Nederland is een weldaad die heel ons volksdeel van hoog tot laag ten goede zal komen en zo zal de gave, die door allen bijeengebracht is, naar de bedoeling van de bisschoppen, ook alle weer tot voordeel zijn”. De manifestatie werd besloten met massale eucharistische aanbidding.