Bernardus van Clairvaux

De Franse monnik Sint Bernardus van Clairvaux (1090-1153) was een van de meest invloedrijke personen van zijn tijd. Hij heeft de cisterciënzerorde groot gemaakt. Ondanks zijn verlangen naar stilte en afzondering, reisde hij Europa door om ketterijen te bestrijden, de kruistocht te prediken, paus en bisschoppen te adviseren en wereldlijke heersers te vermanen. Zijn anti-intellectualisme wilde de theologie vrijwaren van wijsgerige haarkloverijen. Hij wordt beschouwd als groot mysticus.

Jeugd
Bernard werd in 1090 geboren op het kasteel Fontaines bij Dijon (Bourgondië), als derde van zeven kinderen. Ouders waren Tescelin le Saur en Aleth de Montbar. Hij deed zijn studiën aan de school Saint-Vorles in Châtillon-sur-Seine. Na de dood van zijn moeder volgden enige jaren van geestelijke crisis, maar op 21-jarige leeftijd was hij vastbesloten om monnik te worden.

Intrede
De monastieke roeping van Bernard werkte zo aanstekelijk dat zijn oom Gaudry, al zijn broers (behalve Nivard), neven en vrienden hem naar het klooster wilde volgen. Rond Pasen 1112 melden deze dertig jonge Bourgondische edellieden zich bij de abdij van Cîteaux (Latijn: Cistercium). Daar werden zij welkom geheten door abt Stephanus Harding.

Cisterciënzers
De Abdij van Cîteaux was het centrum van een nieuwe monastieke spiritualiteit. Zij was gesticht door benedictijnen uit Molesme onder leiding van Robertus, die de Regel van Benedictus strenger wilden navolgen. Zo ontstond in Cîteaux een nieuwe kloosterorde: de Orde van Cîteaux (Ordo Cisterciensis), oftewel de Cisterciënzers. Uiterlijk onderscheiden de cisterciënzers zich van de benedictijnen door hun kleurloze of grijze habijt (schiermonniken).

Clairvaux
Sint Stephanus, de derde abt van Cîteaux, zag al snel de religieuze genialiteit van Bernardus. In juni 1115 stuurde hij hem op een belangrijke missie. Bernardus werd aan het hoofd gesteld van twaalf medebroeders, onder wie zijn bloedverwanten. Zij kregen de opdracht om in Clairvaux, in de huidige Franse regio Champagne-Ardenne, een klooster te stichten volgens de nieuwe observantie. Bernardus werd de eerste abt van Clairvaux.

In de wereld
Volgens Bernardus' biograaf Wilhelmus de Saint-Thierry, een Nederlander, werd hij priester gewijd door de beroemde geleerde Wilhelmus van Champeaux. Deze was na zijn docentschap in Parijs bisschop van Chalons geworden. Bernardus ontving van hem ook de abtwijding. Wilhelmus van Champeaux, zeer onder de indruk van de kwaliteiten van Bernardus, werd een goede vriend. Hij was het die Bernardus introduceerde op het wereldlijk toneel.

Invloedrijk
De eerste abt van Clairvaux werd vermaard om zijn eloquentie en zijn wijsheid. Ook werd hij door menigeen als levende heilige beschouwd. Omdat hij zoveel gezag uitstraalde raakte Bernardus betrokken bij kerkelijke en wereldlijke politieke kwesties. Zo werd de man die de wereld had ontvlucht, een invloedrijke figuur in die wereld. Verscheidene pausen en bisschoppen deden een beroep op hen. Daarnaast bleef hij geestelijke leiding geven aan monniken en monialen, zoals Hildegard van Bingen, die haar visioenen aan hem voorlegde.

Architectuur
Dankzij Bernardus groeide de cisterciënzerorde uit tot een niet meer weg te denken beweging. In heel Europa werden kloosters gesticht en de meest onheilzame gebieden werden door de cisterciënzers ontgonnen. De romaanse bouwstijl nam door de ascetische esthetiek van de cisterciënzerkloosters een nieuwe wending. Het beroemdste voorbeeld daarvan in de abdij van Fontenay, die in 1118 door Bernardus werd gesticht.

Tempeliers
Geheel het Westerse kloosterwezen stond onder Bernardus' invloed. Zijn geschrift Apologia (1125) vormde het uitgangspunt van de hervorming van de Orde van Cluny (cluniacenzers) en andere benedictijnse gemeenschappen. In 1128 schreef Bernardus een regel voor een nieuw type religieus: de Tempelridder. De tempeliers hadden de kloostergeloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid afgelegd en waren tegelijkertijd militair.

Kruistocht
Bernardus was een mysticus, die voortdurend de heiligheid van de Katholieke Kerk voor ogen had. De Kerk was immers de Bruid van Christus. Vandaar dat het Bernardus ook zo stak dat zoveel gewijde bedienaren van de Kerk in zonde leefden. De disciplinering van de clerus werd daarom een van zijn voornaamste projecten. Hij schreef een spirituele handleiding voor priesters en bisschoppen. Ook schreef hij De Consideratione, een handleiding voor paus Eugenius III, zijn vriend, oud-leerling en medecisterciënzer. Het was deze paus die hem in 1146 de opdracht gaf de Tweede Kruistocht te prediken. Bernardus gehoorzaamde en enthousiasmeerde een enorme menigte in Vézelay. Daarna reisde hij heel Europa rond om op te roepen gewapend naar het Heilig Land te trekken. Zo kwam hij ook in Maastricht, waar hij op het Onze Lieve Vrouweplein zijn kruistochtpreek hield.

Pauselijk schisma
Bernardus was vaak onderweg naar kerkelijke conferenties of haarden van politieke conflicten. Hij beschouwde het als zijn profetische plicht om de machthebbers van zijn tijd kennis te laten nemen van het evangelisch perspectief. Zijn interventies druisten echter in tegen zijn diepe verlangen naar stilte en afzondering. Geregeld belandde hij in delicate aangelegenheden. Zo werd hij betrokken in een pauselijk schisma tussen Innocentius II en Anacletus II, die beiden aanspraak maakten op de Heilige Stoel. Bernardus steunde paus Innocentius en het schisma werd beëindigd.

Ketters
Hoezeer Bernardus misstanden in de Kerk ook verafschuwde, radicale kerkhervormingen vond hij nog erger. De extreme variant van de Armoedebeweging, die van geestelijken bezitloosheid eiste, werd door hem fel bestreden. De voorman van deze politieke beweging, Arnoldus van Brescia, werd in 1155 als rebel, niet als ketter, veroordeeld en in Rome op de brandstapel gezet. Ook de leer en de leefwijze van de Katharen werden door Bernardus fanatiek aangevallen. Hun afkeer van het huwelijk bestreed hij rond 1145 in lyrische preken over het Hooglied.

Conflict met Abélard
Bernardus was een anti-intellectueel. Hij vond de seculiere wetenschappen en kunsten ijdel. Ook was hij wars van het gebruik van dialectiek in de theologie.
“Waarvoor heb ik de wijsbegeerte nodig? Mijn leraren zijn de apostelen, zij hebben mij niet geleerd Plato te lezen en de spitsvondigheden van Aristoteles te ontcijferen. Maar zij hebben mij geleerd te leven. En geloof mij, dit is geen geringe kennis”, aldus Bernardus (Kardinaal De Jong, Handboek der Geschiedenis II, 1947, p. 195).
Groot pleitbezorger van de filosofie was Petrus Abaelardus (Pierre Abélard). Met deze Parijse geleerde kreeg Bernardus een hoogoplopend conflict. Nadat Abélards werk Theologia Summi Boni was veroordeeld, werd hij in 1121 gedwongen dit boek zelf in het vuur te gooien. Toen hij daarna dit werk weer verdedigde, gaf Bernardus hem aan bij de kerkelijke autoriteiten. Dat leidde ertoe dat Abélard in 1141 het zwijgen werd opgelegd: hij moest zich terugtrekken in een klooster. In Rome werden al zijn werken publiekelijk verbrand.

Christus en Maria
De spiritualiteit van Bernardus is gericht op Christus. Hij is de goddelijke bruidegom die zich aan de mens heeft overgegeven. De mystieke vereniging van de ziel met God is het einddoel van ieder menselijk leven. Bernardus is ervan overtuigd dat de ziel gedurende het aardse leven steeds verder naar de volmaaktheid toe kan groeien. Dat kan door gebed, versterving en Schriftlezing. De Bijbel wordt door Bernardus meestal in allegorische zin geïnterpreteerd. Een gevolg van zijn christocentrisme is Bernardus' grote verering van Maria, de Moedermaagd. De Maria numquam satis ('Over Maria nooit genoeg'), was zijn devies.

Overlijden
Bernardus was een asceet, die zijn lichaam grote beperkingen oplegde. Ten gevolge daarvan leed hij aan een pijnlijke maagkwaal. Hij stierf op 20 augustus 1153 in zijn abdij van Clairvaux, kort nadat hij vernomen had dat zijn vriend, paus Eugenius III was gestorven.

Kerkleraar
Hij liet 534 brieven, 340 preken en 12 traktaten na. Hij had 68 dochterkloosters van Cîteaux gesticht. Kort na zijn dood werd het proces van zijn heiligverklaring gestart. In 1174 werd hij door paus Alexander III gecanoniseerd. In 1830 riep paus Pius VIII hem uit tot Kerkleraar. In 1953 wijdde paus Pius XII een encycliek aan hem bij gelegenheid van zijn 800ste sterfdag; de titel is ontleend aan zijn bijnaam: Doctor Mellifluus ('Honingvloeiende Leraar').

Laatste der Vaders
Een aantal humanisten en reformatoren beschouwden Bernardus als de laatste der Kerkvaders. Benedictijn en historicus Jean Mabillon († 1707) was het daarmee eens toen hij over Bernardus schreef: 'ultimus inter Patres primis certe non impar' (“de laatste van de Vaders en zeker niet ongelijk aan de eersten van hen”). Zijn monastieke theologie was immers gebaseerd op de lezing van de Schrift als librum experientiae: als boek waardoor men zich de ervaring van de eerste christenen kon toe-eigenen.